Kuyper over de vrijzinnigheid Een fata morgana (slot)
Wij naderen het einde van Kuypers rede. Als hij samenvat hetgeen hij in het Modernisme heeft moeten constateren, dan zegt hij: 'wel de namen, wel de schaduwen, maar de wortel der wezenheid niet' (48).Dit oordeel kunnen wij onmogelijk anders dan negatief noemen. Kuyper heeft niet slechts te ...
Het geding om de Kerk tussen Kuyper en Hoedenmaker (7)
De liberale overwinning bij de verkiezingen in 1897 zag Hoedemaker als een oordeel Gods over het ongeloof der christenen. Wat hij overigens in de liberalen waardeerde, was dat zij tenminste vasthielden aan de eenheid van de natie.Nog in hetzelfde jaar ontwaakt in Friesland de behoefte aan ...
De geweldige
Ook in de kring van de Gereformeerde Bond heeft Kuyper zeker in de beginjaren (vanaf 1906) velen geïnspireerd. Niet voor niets kreeg hij de bijnaam ‘Abraham de geweldige’. Qua postuur was Kuyper niet zo imponerend, eerder wat gedrongen. Wel had hij een groot hoofd en indringende oogops ...
Kohlbrugge en Kuyper in hun wederzijds contact II
De preekbeurt, welke Kohlbrugge op 12 november van datzelfde jaar voor Kuyper en op diens verzoek, in de Zuiderkerk vervuld heeft, kan voor het hiervóór opgemerkte als bewijs dienen. Dat het juist de Zuiderkerk was, waar hij preekte, trof hem temeer: , , vlak tegenover de kerk, waar men mij 41 ja ...
De Schriftleer in de Geref. Kerken
De schrijver behandelt achtereenvolgens de visie op de Schrift bij Kuyper, Bavinck en Berkouwer. Hij doet dat voornamelijk aan de hand van hun dogmatische werken, maar daaromheen heeft hij zich verdiept in vrijwel alles wat genoemde theologen over dit onderwerp hebben geschreven, tot in de kleins ...